z architecten

overzicht

De Standaard 09-11-2018

Simpel, compact en goed bouwen

Basic wonen is misschien wel hét alternatief voor de toren hoge vastgoedprijzen. Een zeer simpele en compacte maar toch degelijke woonst zorgt ervoor dat we nog genoeg centen overhebben voor de andere geneugten des levens.

Bouwen en verbouwen kan flink duur worden. Hoe kun je het enigszins betaalbaar houden? En hoe zorg je ervoor dat je geen joekel van een hypotheek meesleept? In Londen denken ze de oplossing gevonden te hebben. Daar steunt burgemeester Sadiq Khan het Naked-House-project (staging.nakedhouse.org) van een non-profitorganistaie die op verschillende plaatsen in de stad ‘uitgeklede woningen’ of naked houses optrekt. Het zijn huizen die erg goedkoop worden gebouwd, maar wel conform alle (energie)normen en bouwreglementeringen, en die vooral binnenin zeer minimaal zijn afgewerkt. Ze hebben water, elektriciteit, verwarming en een heel simpel badkamertje. En dat is het zowat. Binnenmuren zijn er niet, en ook geen verdieping. Wel heeft de woning aan de binnenkant een soort richel waarop je gemakkelijk een verdieping kunt plaatsen. Zodat een iet of wat handige doe-het-zelver zijn naked house in geen tijd omtovert tot een gezinswoning met drie slaapkamers. En ook het tuinmuurtje heeft zo’n richel, waarop een dak kan komen mocht je op termijn de woning achteraan willen uitbreiden. Het gestripte huis zou 40 procent goedkoper zijn dan vergelijkbare klassieke woningen en mikt vooral op generation rent: mensen die moeten blijven huren omdat ze te veel verdienen voor een sociale woning, maar te weinig om op de reguliere huizenmarkt aan de bak te komen.

Een droom van een architect

Het zoeken naar doorgedreven oplossingen voor kwalitatief en tocht betaalbaar wonen is niet nieuw. Zo presenteerde de Belgische modernistische architect Willy Van Der Meeren al in 1954 samen met Leon Palm zijn EGKS-woning. Zo genoemd omdat ze in opdracht van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, voorloper van de huidige EU, werd ontworpen. De ruime en lichte prefabwoning met drie slaapkamers kon dankzij haar eenvoudige constructie en rechttoe rechtaan volumes in minder dan drie weken worden opgetrokken. “Voor de prijs van een Ford”, zei Leon Palm. Een nogal prijzige Ford dan wel. In werkelijkheid koste het huis ongeveer de helft van een vergelijkbare klassieke woning., nog altijd een heuse krachttoer.

Centraal in de woning stond een kolenkachel. Het huis was immers in de eerste plaats bedoeld voor arbeiders, en mijnwerkers werden in die tijd voor een stuk betaald in natura: de zak kolen die ze elke maand meekregen, moest volstaan om heel deze woning te verwarmen. Hoewel duizenden mensen intussen op het huis hadden ingetekend, bleek het toch een beetje te gedurfd voor de toenmalige EGKS en gingen de subsidies naar traditionelere manieren van bouwen. Van het oorspronkelijke ontwerp van Van Der Meeren zijn dan ook maar een paar exemplaren gerealiseerd.

Klein, maar knus en comfortabel

Is Van Der Meerens droom van goed en betaalbaar wonen dan helemaal vervlogen? Niet echt. Want voor wie buiten het geijkte stramien durft te denken, zijn er nog degelijke, compacte en vooral vriendelijk geprijsde woningen te vinden. Daarbij zullen de meeste mensen in de eerste plaats spontaan aan tiny houses denken: huisjes die op het onderstel van een trailer worden gebouwd (ze moeten versleept kunnen worden) en dus piepklein zijn. Ze zijn schattig, zien er vaak uit als mini landhuisjes, maar zijn eigenlijk enkel geschikt voor alleenwonenden of voor jonge stellen die elkaar nog héél graag zien. En dan nog. Ze zijn doorgaans beter geïsoleerd dan de klassieke caravans, maar om echt de strengste hedendaagse isolatienormen te halen, is er eigenlijk te weinig ruimte. Een valabel alternatief zijn ze dus echt niet. Al kun je er vaak wel geweldige compacte interieurideeën van opsteken.

Meer in de geest van Van Der Meerens oorspronkelijke concept is modulair bouwen. Er zijn in ons land verschillende bedrijven die geprefabriceerde woonmodules aanbieden: gestandaardiseerde volumes die in de fabriek gemonteerd worden en vervolgens naar het bouwterrein worden vervoerd. Door die manier van werken, weersonafhankelijk en met gestandaardiseerde maten en materialen, kun je de kosten fors drukken. Voor zo’n 85.000 euro heb je al een kleine woning van zo’n 52 vierkant meter met een beperkte leefruimte en twee slaapkamers, zeggen ze bijvoorbeeld bij ModuleHome (www.modulehome.be). Wie meer plaats wil, kan ook modules combineren. En een handige doe-het-zelver kan zelfs een mege module kopen, een beetje zoals de Naked House, en die naar believen inrichten. Voor weinig geld heb je dan een compacte, comfortabele woning die aan de strengste bouw- en econormen voldoet. En als je verhuist, kun je je huis gewoon meenemen …

Een wel heel bijzonder modulair huis is het Wikkelhouse, ontworpen door de Nederlandse Fiction Factory. Bijzonder omdat het huis gemaakt is van … karton. Het karton wordt laag na laag rond een mal in de vorm van een huis gewikkeld (vandaar de naam) en aan elkaar vastgelijmd, zodat er een lichte en tegelijk ongelooflijk structuur ontstaat. De modules van 1,2 meter diep kunnen vervolgens aan mekaar gemonteerd worden tot je huis de gewenste afmetingen heeft. Aan de buitenkant wordt het geheel bekleed met hout en met een waterdicht maar ademende folie. En ook de binnenkant wordt met mooi, licht hout afgewerkt. Het huis is erg milieuvriendelijk: het voldoet aan de strenge isolatienormen, het zal naar verwachting minstens honderd jaar meegaan, en al het materiaal is volledig herbruikbaar of recycleerbaar. Je hebt al een Wikkelhouse vanaf 30.000 euro, al is dat dan wel voor een heel kleine versie van drie modules.

Eenvoud met krachtige uitstraling

Maar ook wie ‘gewoon’ gaat bouwen of verbouwen, kan heel wat doen om de kosten te drukken. “Kwaliteit staat los van de prijs van het materiaal. Met goedkoper, simpeler materiaal heb je vaak een even goede uitstraling en beleving”, zei Paul Vandenbussche van Teema architecten ooit in deze kolommen. En: “Je moet durven kiezen voor emotioneel goed werkende ruimtes in plaats van voor die dure vloer en die mooie wandafwerking die je in gedachten had.” Eenvoudige ruimtes met een krachtige uitstraling dus. Dat isook het stokpaardje van Jurgen Van den Abbeele van z-architecten (www.z-architecten.be): “Ik sta volledig achter de ecologische, compacte gedachte. Zonder dat je daarom moet inboeten aan kwaliteit. Integendeel. Ik pleit voor een helder en eenvoudig plan dat in de loop van de tijd ook anders kan worden ingericht zonder dat je er veel voor hoeft te breken. Zo ontwierpen we ooit een ‘woning op de groei’: een kernwoning die beperkt is in oppervlakte, met daarrond een buffer van ruimtes als een berging, wasruimte, atelier en dergelijke. Waardoor je, indien nodig, de woning gemakkelijk kunt uitbreiden of inbreiden. Een beetje zoals het Naked House dus. Je kunt je huis ook ‘technisch armer’ maken. Veel technieken – ook al zijn ze ‘groen’ – vragen een zware investering, terwijl het vaak even goed en ecologisch kan met minder technologie.”

Foto (©fclama.be): vernieuwbouw in Gavere: compacte gezinswoning met Finkachel als enige verwarming door z-architecten